Een eigenaar, vruchtgebruiker, bezitter, erfpachter of opstalhouder die een gebouw of een grond ter beschikking stelt van een jeugdvereniging kan een vrijstelling onroerende voorheffing krijgen.
Een eigenaar, vruchtgebruiker, bezitter, erfpachter of opstalhouder van een gebouw of een grond is in principe belastingplichtig en moet daarom jaarlijks onroerende voorheffing betalen. Als dit gebouw echter wordt “bewoond” door een jeugdvereniging, dan kan de belastingplichtige worden vrijgesteld van onroerende voorheffing. Zelfs voor een eenvoudig jeugdlokaal loopt deze belasting vaak op tot enkele 100’en euro’s per jaar! De moeite dus om een vrijstelling aan te vragen!
Het is de belastingplichtige zelf die het aanslagbiljet voor onroerende voorheffing in de brievenbus krijgt en deze dus moet betalen.
Valt er voor jouw lokaal een aanslagbiljet in de bus, dan dien je op één van de onderstaande drie manieren te reageren om een vrijstelling te verkrijgen. De belastingdienst zal dan je bezwaarschrift nader onderzoeken. Behoor je tot groep 4 dan is een vrijstelling niet mogelijk (en zal een bezwaarschrift je dus niet helpen).
Eigenaars die gebouwen of gronden ter beschikking stellen van jeugdverenigingen die
...kunnen in principe worden vrijgesteld van onroerende voorheffing.
Zij kunnen een "eenvoudig bezwaarschrift" indienen.
Eigenaars die gebouwen of gronden ter beschikking stellen van jeugdverenigingen die...
...kunnen in principe worden vrijgesteld van onroerende voorheffing.
Zij kunnen een "eenvoudig bezwaarschrift" indienen.
Eigenaars die gebouwen of gronden ter beschikking stellen van jeugdverenigingen die...
...kunnen afhankelijk van hun activiteiten worden vrijgesteld van onroerende voorheffing.
Zij kunnen geen "eenvoudig bezwaarschrift" indienen.
Als eigenaars toch denken dat ze in aanmerking komen voor deze vrijstelling, kunnen ze wel een "uitgebreid bezwaarschrift" indienen.
...één of meerdere van volgende zaken geldt:
Neen! Als de belastingdienst één of meerdere van volgende zaken vaststelt:
…kan de vrijstelling voor onroerende voorheffing geweigerd worden.
Het staat de Vlaamse Belastingdienst vrij om bijkomende bewijsstukken op te vragen. Het feit dat je bent aangesloten bij een jeugdwerkkoepel, erkend bent door een gemeentelijke of provinciale overheid of gesubsidieerd wordt via het geldende subsidiereglement jeugd, is een indicatie voor de Vlaamse Belastingdienst om een vrijstelling toe te kennen. Als de Vlaamse Belastingdienst in vraag stelt of je echt voldoet aan de voorwaarden, kunnen er extra bewijsstukken worden opgevraagd.
In het kader van deze vrijstelling voor jeugdverenigingen, zullen natuurlijk enkel de onderdelen van het gebouw/perceel kunnen worden vrijgesteld die door de jeugdvereniging worden gebruikt. Maar zelfs al heeft het gebouw maar één perceelnummer dan kan het Kadaster een officieuze opsplitsing maken van de Kadastrale Inkomens indien het gebruikt wordt door verschillende verenigingen en/of organisaties. In die gevallen zal men moeten onderzoeken welke gebruikers van het gebouw/perceel voldoen aan de opgelegde voorwaarden en welke onderdelen van het gebouw/perceel in aanmerking komen voor de vrijstelling.
In dit geval dien je sowieso wél een aanvraag voor vrijstelling onroerende voorheffing in (eenvoudig/uitgebreid bezwaarschrift). De Vlaamse Belastingdienst zal zeker nog contact opnemen met de belastingplichtige om dit uit te klaren!
Ook een gemeente, als eigenaar van jeugdwerkinfrastructuur, kan beroep doen op deze procedures.
Het beste is om voor de gebouwen of gronden ter beschikking gesteld door gemeenten aan jeugdverenigingen ook een vrijstelling aan te vragen in kader van artikel 253, 1° (op basis van gebruik voor “onderwijs”) en niet in kader van artikel 253, 3° (nationaal domeingoed).
De onroerende voorheffing wordt gevestigd op het kadastraal inkomen zoals het vastgesteld is op 1 januari van het aanslagjaar. Dit betekent dat de onroerende goederen op deze datum moeten voldoen aan de wettelijke voorwaarden om recht te hebben op een vrijstelling. Met andere woorden, aan een onroerend goed dat slechts in de loop van het jaar voldoet aan de voorwaarden, zal de vrijstelling pas worden toegekend vanaf 1 januari van het volgende aanslagjaar.
Als je verhuist in 2012, betekent dit concreet dat je voor het aanslagjaar 2012, de gegevens moet doorgeven van de situatie op 1 januari 2012. Voor aanslagjaar 2013, zal je de gegevens van de situatie op 1 januari 2013 moeten doorgeven. Zowel voor het eenvoudig bezwaarschrift, als het uitgebreid bezwaarschrift, is dit van toepassing.