Heel wat jeugdverenigingen zijn nog gehuisvest in parochiale gebouwen. Bij verbouwingsplannen moet je onderhandelen met de eigenaar. Ten eerste om toestemming te krijgen, maar ook om af te spreken wie er voor de kosten instaat. Als je daarbij zelf investeert, is het heel belangrijk om de schriftelijke garantie te hebben dat je de lokalen nog verscheidene jaren kan gebruiken. Er zijn ook bredere samenwerkingsverbanden mogelijk tussen de parochie, de gemeente en jullie vereniging.
Voor nieuwbouw kan je ook nagaan of de parochie of kerkfabriek eventueel een bouwgrond ter beschikking kan en wil stellen. Ook dan heb je een sluitende overeenkomst nodig (bijvoorbeeld recht van opstal of erfpacht). Soms (nogal regionaal afhankelijk) is het mogelijk om vanuit het decanaat of het bisdom financiële ondersteuning te krijgen. Ook voor renteloze leningen of borgstellingen kunnen jeugdverenigingen soms aankloppen bij hun parochie. Veel zal echter afhangen van de kwaliteit van de relatie, de financiële mogelijkheden en de prioriteiten van de plaatselijke of regionale parochiale instanties.
Meer informatie rond schriftelijke overeenkomsten vind je in de brochure ‘Den Deal’ van Locomotief.
be.