Verstoring van de nachtrust
Omwonende van zalen waar fuiven of andere activiteiten, waar luide muziek aan te pas komt, doorgaan, kunnen altijd een beroep doen op de politie tot toepassing van art. 561 van het strafwetboek.
Dit artikel dreigt met straffen tegen hen "die zich schuldig maken aan nachtgerucht of nachtrumoer waardoor de rust van de inwoners kan worden gestoord".
Het moet dus om lawaai gaan dat de rust van de omwonende kan verstoren. Dit is uiteraard een zeer subjectieve beoordeling. De politie kan de verantwoordelijke aanmanen tot gematigdheid en maakt al dan niet een verslag op over de klacht.
Het moet 's nachts gebeuren, de uren zijn dus niet precies bepaald. Een klacht is ook niet noodzakelijk: de politie kan ook op eigen initiatief optreden. Als het om een onbewoond lokaal gaat, is een huiszoekingsbevel niet vereist.
Echte dwangmaatregelen worden zelden genomen, meestal wordt alleen een proces-verbaal opgemaakt. In geval van 'verstoring van de openbare orde' (een zeer breed begrip) kan de activiteit wel worden stilgelegd. Dit gebeurt meestal na een tweetal waarschuwingen. Zo'n vaart zal het zelden lopen. Een fuif stil leggen kan immers voor nog meer ordeverstoring zorgen.
Strafrechterlijke vervolging kan gebeuren door het Parket. Beslist het Parket niet te vervolgen, of stuurt het de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve sanctie geen reactie binnen twee maanden na de ontvangst van het originele proces-verbaal, dan kan de gemeente zelf nog een administratieve boete opleggen.
De gemeente kan dus enkel een administratieve boete opleggen als het Parket niet vervolgt. Het Parket moet de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve sanctie binnen de termijn van twee maanden te rekenen vanaf de dag van de ontvangst van het originele proces-verbaal op de hoogte brengen als er niet strafrechterlijk vervolgd wordt.
De gemeente is wel verplicht het origineel van de vaststelling uiterlijk binnen de maand na de vaststelling toe te sturen aan de procureur des Konings. Bij gebreke hieraan kan er geen enkele administratieve sanctie worden opgelegd.
Wie kan er worden vervolgd?
De persoon die het lawaai veroorzaakt. Maar men kan ook de verantwoordelijke van de avond aanpakken. Wie toezicht moet uitoefenen, is strafbaar als hij/zij zijn/haar taak niet naar behoren uitvoert. Als de organiserende vereniging een vzw is, kan deze ook worden gedagvaard als burgerlijk aansprakelijke partij.
Burgerrechtelijk.
Buren kunnen wel een schadevergoeding eisen: meestal zal er niet meer dan een principiële euro worden toegewezen. Sommige rechters kennen wel eens een echte vergoeding toe.
Dit kan op basis van;
art. 1382 van het Burgerlijke Wetboek: wie schade lijdt door de fout van een ander heeft recht op een schadevergoeding.
art. 544 van het Burgerlijk Wetboek waarbij iedere eigenaar het recht wordt toegekend vrij te genieten en te beschikken van zijn eigen goed.
Als een persoon zonder enige fout te begaan schade berokkent aan zijn buur, en deze schade het normale peil van de burenlasten overschrijdt, zal de veroorzaker van deze overlast hem moeten vergoeden.
Geluidsnormen voor muziek in niet-ingedeelde inrichtingen
Een niet-ingedeelde inrichting is een inrichting die niet onder de VLAREM-wetgeving valt en die dus niet over een milieuvergunning moet beschikken.
Wat valt hier zoal onder: openluchtfuiven, de meeste fuiven in tenten, fuiven in zalen waar er slechts occasioneel wordt gedanst (bals, bruiloften, fuiven), concreet: max. 12 dansfeesten per jaar met een max. van 2 per maand.
De kaderwet van 18 juli 1973 betreffende geluidshinder en vooral de uitvoeringsbesluiten, het KB van 24 februari 1977 "houdende vaststelling van geluidsnormen voor muziek in openbare en private inrichtingen" regelen hier de geluidsnormen.
Het verschil met art. 561 (verstoring van de nachtrust) is:
geen subjectieve, maar een objectieve beoordeling (aantal decibels)
veel zwaardere straffen en dwangmaatregelen
het moet niet om nachtlawaai gaan
het gaat hier enkel over muziek, die bovendien 'elektronisch versterkt' moet zijn.
De geluidsnormen:
in de inrichting (art.2): "In openbare instellingen mag het maximum geluidsniveau voortgebracht door de muziek, 90 decibel niet overschrijden. Dit geluidsniveau wordt gemeten op gelijk welke plaats in de inrichting waar zich in normale omstandigheden personen kunnen bevinden".
Ten gunste van de buurt (art.3): "De openbare en private inrichtingen waar muziek wordt geproduceerd, moeten zo ingericht zijn dat het geluidsniveau gemeten in de buurt:
I. niet hoger is dan 5 decibel boven het achtergrondgeluidsniveau, indien dit lager is dan 30 dbA.
II. niet hoger is dan 35 dbA indien het achtergrondgeluidsniveau ligt tussen de 30 en 35 dbA.
III. Niet hoger is dan het achtergrondgeluidsniveau indien dit hoger is dan 35 dbA.
Dit geluidsniveau wordt gemeten in het lokaal of gebouw, met gesloten deuren en vensters".
Wie kan overtredingen vaststellen?
Alleen bevoegde personen kunnen vaststellingen doen. Dat zijn o.a. officieren van de politie en bepaalde milieuambtenaren die hiertoe een specifieke bevoegdheid gekregen hebben. Het onderzoek moet gebeuren met erkende toestellen (sonometers). Als achteraf zou blijken dat onbevoegde ambtenaren zijn opgetreden, is het misdrijf niet op een geldige manier vastgesteld. Noteer dus desnoods identiteit en legitimatiebewijs.
Normaal zullen de officieren van de politie niet onmiddellijk overgaan tot inbeslagname of verzegeling van de voorwerpen "die tot het misdrijf hebben gediend". In de praktijk zal men na een tweetal aanmaningen, in sommige gevallen, overgaan tot inbeslagname.
De straffen voor het overtreden van deze geluidsnormen zijn wel veel zwaarder dan voor het 'verstoren van de nachtrust'. Men komt niet voor een politierechtbank maar voor een correctionele rechtbank. De rechtbank kan straffen opleggen van 8 dagen tot 6 maand, en/of boetes van € 0,64 tot € 123,95 ( x 200). Als men bovendien binnen de 2 jaar na veroordeling een nieuwe gelijkaardige inbreuk pleegt, kunnen de straffen worden verdubbeld.
Wie kan worden gestraft?
De persoon die inrichtingen of toestellen onder zich heeft. Ingeval van een vereniging dus de verantwoordelijke die op dat moment aanwezig was en eventueel de verantwoordelijke persoon die niet aanwezig was, maar die niet voldoende voorzorgen heeft genomen.
De persoon die de toestellenbediend.
De persoon die zich verzet tegen de controle.
Uitzonderingen:
Sinds 1 mei '99 kan er voor niet-ingedeelde muziekactiviteiten een afwijking worden toegestaan wanneer er (elektronisch) versterkte muziek wordt geproduceerd ter gelegenheid van kermissen, carnavals, muziekfestivals, fuiven en andere bijzondere feesten of festiviteiten.
De bepalingen van het KB van 24 februari 1977 zijn niet van toepassing op de muziekactiviteiten op voorwaarde dat:
I. de muziekactiviteit vooraf is gemeld aan het college van burgemeester en schepen van de gemeente waarin de muziekactiviteit doorgaat
II. het college, bedoelt in I. akte heeft genomen van de melding
Het college kan inzonderheid wanneer de muziekactiviteit is gelokaliseerd in de nabijheid van stiltebehoevende instellingen of zones, zoals bejaardentehuizen, ziekenhuizen, scholen en natuurreservaten, beperkende maatregelen opleggen, zowel wat het maximum toegelaten geluidsniveau, als wat de duur van de muziekactiviteit betreft, of de muziekactiviteit op de aangevraagde plaats verbieden.
Geluidsnormen voor muziek in ingedeelde inrichtingen
Ingedeelde inrichtingen zijn inrichtingen die onder de VLAREM-wetgeving vallen en dus beschikken over een milieuvergunning.
Het is hier de milieuvergunning die bepaalt hoeveel lawaai er mag worden geproduceerd. De zaaluitbater zal dat via de huurovereenkomst meedelen. Hij kan de huurder burgerlijk aansprakelijk stellen als deze zich niet houdt aan de opgelegde voorwaarden.
De normen zijn dus zeer sterk afhankelijk van de isolatiegraad van het gebouw waarin de fuif plaatsvindt. Ook het gebied waarin de zaal zich bevindt is belangrijk. Zo mag men in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen meer lawaai maken dan in een woongebied. In een woongebied mag men dan weer meer lawaai maken dan in een landelijk gebied en gebieden voor verblijfsrecreatie.
Ook het moment van de dag is belangrijk. Overdag mag men meer lawaai produceren dan 's avonds of 's nachts (na 22u00).
Wie kan overtredingen vaststellen?
Ook al zijn de decibelnormen van het KB van 24 februari 1977 en die van VLAREM wel wat vergelijkbaar, toch gebeurt de meting anders. Dit heeft te maken met de ijking van de toestellen. De VLAREM-normen kunnen enkel gemeten worden door erkende bureaus. De politie beschikt dus niet over deze toestellen.
Wie is verantwoordelijk?
In principe blijft de uitbater verantwoordelijk voor het niet naleven van de milieuvergunningsvoorwaarden. De uitbater zal dus meestal de nodige maatregelen nemen (geluidsbegrenzer, vaste installatie) en kan zich (zie ook hoger) proberen te verhalen op de organisator indien hij schade lijdt.