Na het schema komt de vorm. Als je bij de vorige stap nog dacht in één vlak, moet je nu in drie dimensies zoeken. Hoe hoog? Welke dakvorm? Plaats van deuren en ramen? Hoeveel verdiepingen? Laat je inspireren door andere jeugdlokalen en bedenk hierbij het volgende.
Voorbeelden:
De buitenschil van een jeugdbewegingslokaal
We onderscheiden hier enkele types die regelmatig ook in mengvorm voorkomen. Elk type heeft voor- en nadelen. Het zal van de jeugdvereniging, de noden en de oorspronkelijke infrastructuur afhangen welke harder doorwegen en welk type voor de jeugdvereniging uiteindelijk de beste keuze is.
Type 1: grote zaal en kleinere lokaaltjes
Niet elke jeugdvereniging of leeftijdsgroep heeft een eigen ruimte, maar er is wel een grote gemeenschappelijke ruimte.
Voordelen: minder gebouwen, goedkoper, flexibel bouwconcept, minder verlies van speelterrein
Nadelen: veel buitenmuren, groot energieverbruik, ‘eigen plek’-gevoel is er niet
Type 2: langgerekt lokaal
De verschillende afdelingsruimtes liggen naast elkaar, de lokalen zijn gelijkvormig en komen rechtstreeks buiten uit.
Voordelen: zeer eenvoudig, telkens dezelfde module te bouwen, neemt minimaal speelterrein in
Nadelen: eentonig volume van de lokalen, lange en smalle ruimte, groot energieverbruik
Type 3: verschillende eilandjes
Elke leeftijdsgroep heeft een eigen gebouwtje. Er zijn extra lokalen, afhankelijk van de behoeften van de jeugdvereniging.
Voordelen: vrijheid van afmetingen van elk gebouw, gebouwtjes die apart staan maar visueel toch één geheel vormen, eigen identiteit of functie per gebouw, flexibel bouwconcept
Nadelen: veel buitenmuren, groot energieverbruik, elk gebouw heeft eigen verwarming en elektriciteit nodig
Type 4: lokaaltjes met centrale grote ruimte
Afdelingsruimtes van verschillende grootte worden verbonden door een centrale hal.
Voordelen: vrijheid van afmetingen van elk lokaal, zeer speels concept, verschillende hoeken en kantjes zorgen voor ‘speelhoeken’
Nadelen: bouwtechnisch meer kans op ingewikkelde details, er wordt meer speelterrein ingenomen, veel buitenmuren, groot energieverbruik
Type 5: lokalen met centrale doorstroming
De ruimtes bevinden zich aan weerskanten van een centrale gang.
Voordelen: compact, mogelijkheid om centraal een ‘grote zaal’ te voorzien
Nadelen: eentonig, gang enkel als circulatie, slechts de helft van de lokalen heeft een goede oriëntatie
Type 6: centrale overdekte hal
De verschillende afdelingsruimtes bevinden zich rond een centrale overdekte kern die ook dienst kan doen als ‘grote zaal’
Voordelen: compact, kleiner energieverbruik, gevoel van samenhorigheid tussen de verschillende groepen
Nadelen: neemt veel ruimte van het speelterrein in beslag, maar de helft van de lokalen heeft een goede oriëntatie, geen spreiding van bouwperiode
Deze voorbeelden zijn niet zaligmakend, we willen je alleen tot nadenken aanzetten. In de realiteit is het dikwijls zo dat een jeugdvereniging een bestaand gebouw ter beschikking krijgt van de gemeente of parochie. Je kunt dan niet van nul beginnen, maar er zijn zeker ook voordelen aan hergebruiken en renovatie.
Je kunt er ook voor kiezen om met verschillende verdiepingen te werken. Vooral bij jeugdwerkinitiatieven in steden en grote gemeenten is ruimte schaars en elke vierkante meter kostbaar.