Jeugdverenigingen die aangesloten zijn bij een jeugdwerkkoepel
-
In het decreet Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid, goedgekeurd door het Vlaams Parlement op 9 juli 2008, lezen we voor de term “jeugdwerk” volgende definitie “sociaal-cultureel werk op basis van niet-commerciële doelen voor of door de jeugd van drie tot en met dertig jaar, in de sfeer van de vrije tijd, onder educatieve begeleiding en ter bevordering van de algemene en integrale ontwikkeling van de jeugd die daaraan deelneemt op vrijwillige basis.”
Hieruit kunnen we concluderen dat bij het jeugdwerk, erkend of gesubsidiëerd via het decreet Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid (goedgekeurd door het Vlaams Parlement op 9 juli 2008), en hun respectievelijke afdelingen, in principe winstbejag ontbreekt.
Jeugdverenigingen die NIET zijn aangesloten bij een jeugdwerkkoepel, maar WEL erkend zijn of gesubsidieerd worden door een gemeentelijke of provinciale overheid
-
Jeugdverenigingen die niet zijn aangesloten bij een jeugdwerkorganisatie die erkend of gesubsidiëerd wordt via het decreet Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid (goedgekeurd door het Vlaams Parlement op 9 juli 2008) kunnen niet op basis van de erkenning of subsidiëring van hun koepel bewijzen dat winstbejag in hun jeugdvereniging ontbreekt. Zij dienen dit op een andere manier te bewijzen.
-
In het decreet van 14 februari 2003 houdende de ondersteuning en stimulering van het gemeentelijk, het intergemeentelijken het provinciaal jeugd- en jeugdwerkbeleid lezen we voor de term “jeugdwerk” volgende definitie “groepsgericht sociaal-cultureel werk op basis van niet-commerciële doelen voor of door de jeugd, die daaraan deelneemt op vrijwillige basis, in de sfeer van de vrije tijd, onder educatieve begeleiding en georganiseerd door particuliere jeugdverenigingen, of door gemeentelijke of provinciale openbare besturen”
-
Op basis van dit decreet worden gemeente- en provinciebesturen gesubsidiëerd om respectievelijk een gemeentelijk en provinciaal jeugdbeleid én jeugdwerkbeleid te voeren.
-
Voor de term jeugdwerkbeleid lezen we in dit decreet ook hetvolgende “Jeugdwerkbeleid beschrijft de wijze waarop een divers en toegankelijk, plaatselijk /intergemeentelijk/ provinciaal jeugdwerkaanbod financieel, materieel en infrastructureel ondersteund zal worden, inclusief de kadervorming.”
Uit voorgaande 4 punten kunnen we concluderen dat gemeentelijke en provinciale overheden perfect geplaatst zijn om te oordelen of bij de jeugdverenigingen op hun grondgebeid winstbejag ontbreekt. Bij jeugdwerk dat door hen erkend wordt of volgens het geldende subsidiereglement jeugd gesubsidiëerd wordt, ontbreekt in principe winstbejag.
Jeugdverenigingen die NIET zijn aangesloten bij een jeugdwerkkoepel, en NIET erkend zijn of gesubsidieerd worden door een gemeentelijke of provinciale overheid
Voor deze jeugdverenigingen bestaat er op geen enkele manier een kwaliteitstoets door een jeugdwekkoepel of een gemeentelijke, provinciale of Vlaamse overheid. Zodoende kunnen jeugdwerkkoepels of gemeentelijke, provinciale of Vlaamse overheden geen verklaringen afleggen om het "ontbreken van winstbejag" te bewijzen. Als deze jeugdverenigingen denken in aanmerking te komen voor de vrijstelling moeten ze zelf de nodige bewijsstukken aanleveren.