Elke vzw kan roerende (bijvoorbeeld tafels en stoelen) en onroerende (gebouwen en gronden) goederen bezitten. Als de waarde hiervan hoger is dan € 25 000, moet de vzw aangifte doen en hierop belasting betalen: taks der successierechten (de zogenaamde patrimoniumtaks). Deze taks bedraagt jaarlijks 0,17 % op de waarde van de bezittingen van de vzw. Voor feitelijke verenigingen bestaat de taks niet.
De vzw moet hiervoor voor 31 maart, uit eigen beweging, bij het plaatselijke kantoor der successierechten aangifte doen van de verkoopwaarde van alle onroerende en roerende goederen die in haar bezit zijn op 1 januari van datzelfde jaar. Dat gaat vooral over de eigendom van een huis en de inboedel ervan. De meeste jeugdwerkinitiatieven met een vzw-structuur zullen echter van die taks gespaard blijven, omdat het patrimonium meer dan € 25 000 moet bedragen. Bij een patrimonium van minder dan € 25 000 moet je dus geen aangifte doen. Ben je zelf eigenaar van je gebouw, dan mag je ervan uitgaan dat je deze taks wel dient te betalen.
Moet je minder dan € 125 belasting betalen, dan kan je de taks voor drie opeenvolgende jaren aanvragen en betalen. Als de waarde van het patrimonium toch zou groeien en de taks met minstens € 25 stijgt, moet de vzw opnieuw een aangifte doen en de bijkomende belasting betalen.
Eenmaal je gekend bent, ontvang je jaarlijks in februari van het bevoegde registratiekantoor een brief met een invulstrook. Dit strookje moet worden ingevuld en teruggestuurd in geval de taks niet verschuldigd is. In het andere geval moet bij het registratiekantoor een speciaal aangifteformulier worden gehaald.