veiligheid van speeltoestellen
Sinds 2001 wordt in België de veiligheid van speeltoestellen en speelterreinen geregeld via twee Koninklijke Besluiten. Ook jeugdwerkinitiatieven kunnen op hun speelterrein enkele speeltoestellen ‘uitbaten’. Indien dit het geval is zullen ook zij moeten voldoen aan de geldende regelgeving (veilig speelterrein, veilige speeltoestellen, regelmatig onderhoud, uithangbord met naam en adres van de uitbater).
Een speelterrein is volgens de wet elk terrein waar minstens één speeltoestel aanwezig is dat door kinderen of jongeren gebruikt wordt om te spelen. Onder speeltoestel wordt verstaan een toestel waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van de eigen menselijke energie om erop te spelen (klimrek, gocarts, waterfietsen, glijbanen …). Met andere woorden: met jouw speelterrein val je enkel onder dit KB als er minstens één speeltoestel op staat dat beantwoordt aan onderstaande definitie. Als dit niet het geval is, hoef je je verder niet druk te maken over dit KB.
Een speeltoestel is ‘een product bestemd voor vermaak of ontspanning, ontworpen of kennelijk bestemd om te worden gebruikt door personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt, waarbij uitsluitend van zwaartekracht of van fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt en bestemd voor collectief gebruik op een tijdelijk of blijvend speelterrein’.
Belangrijk voor jeugdbewegingen is dat men ook aangeeft wat men voor dit KB niet als een speeltoestel beschouwt: ‘De tijdelijke toestellen die als element van hun spel door kinderen, onder toezicht, voor zichzelf worden vervaardigd’. We denken dan bijvoorbeeld aan tijdelijke sjorconstructies (meer info hierover tref je verder aan).
Welke handelingen vraagt de wet?
Op 9 mei 2001 werd het Koninklijk Besluit (KB) van 28 maart 2001 betreffende de uitbating van speelterreinen in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Dit KB richt zich tot de uitbaters van een speelterrein. Dus niet enkel jeugdverenigingen, maar ook kinderdagverblijven, speelpleinen van overheden, particuliere opvanginitiatieven en initiatieven voor buitenschoolse opvang vallen onder de toepassing van dit KB. De wetgeving voor speelterreinen geeft duidelijk aan wat je kan doen voor de veiligheid op een speelterrein en wat je moet doen om wettelijk in orde te zijn.
Als uitbater van een speelterrein ben je altijd verantwoordelijk voor de veiligheid ervan. De wetgeving zegt dat een uitbater de verantwoordelijke of beheerder van het speelterrein is.
Het grote basisprincipe achter het KB is dus dat de uitbater altijd verantwoordelijk is voor de veiligheid van zijn speelterrein en de bijhorende speeltoestellen. In die zin stelt het KB een specifiek handelingsschema verplicht om de uitbater uitdrukkelijk op zijn verantwoordelijkheid te wijzen.
Een uithangbord van de uitbater in de zin van: 'De uitbater is niet verantwoordelijk voor eventuele ongevallen.' kan dus niet. Een uitbater is altijd verantwoordelijk voo de veiligheid van het speelterrein en de toestellen. Maar! De uitbater is niet verantwoordelijk voor het gedrag van de kinderen en hun begeleiding (en het eventuele oneigenlijke gebruik van de speeltoestellen). Daar op speelterreinen van het jeugdwerk de uitbater gelijk is aan de 'leiding' maakt dit eigenlijk geen verschil. Als jeugdwerkorganisatie ben je zowel verantwoordelijk voor de veiligheid van de toestellen, als voor het gedrag van je leden.
Het handelingsschema bestaat uit 3 grote stappen:
1. de uitbater van een speelterrein voert een risicoanalyse uit; d.w.z. hij inventariseert de risico's aanwezig op het speelterrein
2. de uitbater neemt de nodige preventiemaatregelen ter vermindering van de aanwezige risico's
3. de uitbater volgt een door hem uitgewerkt inspectie- en onderhoudsschema voor het speelterrein.
Moet je al deze zaken zelf betalen? Ja, indien je zelf eigenaar bent van het lokaal en de grond er rond.
Wanneer je huurder bent van je lokaal, kijk je best na of hier iets rond is opgenomen in het contract. In principe ben jij verantwoordelijk voor de veiligheid, maar het zou kunnen dat de eigenaar dit bekostigt. Daarnaast kan er ook opgenomen zijn in het contract dat de eigenaar alle verantwoordelijkheden in verband met het speelterrein voor zijn rekening neemt. Kijk dit goed na in je contract! Is er niets rond opgenomen? Neem dan contact op met de eigenaar om dit af te stemmen!
Om te bewijzen dat een speelterrein veilig wordt uitgebaat, moet men kunnen aantonen dat men de vorige drie stappen heeft gezet en blijft zetten. Het boek (document, map) waarin men deze gegevens noteert wordt vaak een logboek genoemd.
Een logboek omvat minimaal volgende zaken:
Alle speeltoestellen met hun identificatie en indien aanwezig typekeuring.
Speeltoestellen zonder typekeuring, moeten een risicoanalyse ondergaan.
De genomen (of te nemen) preventiemaatregelen worden vermeld.
Gegevens over de eigenaar en de uitbater.
Gegevens over de installateurs van de speeltoestellen.
Beschrijving van het bodemmateriaal (valdemping).
Inspectie- en onderhoudschema’s (wanneer wordt wat door wie gecontroleerd).
Uitgevoerde herstellingen.
Ongevallen.
Klachten.
Wat is een risicoanalyse?
Bij een risicoanalyse stelt men vast welke risico’s een spelend kind loopt op een speelterrein. Zo’n analyse moet opgemaakt worden voor alle afzonderlijke speeltoestellen en voor het hele speelterrein. Men bepaalt achtereenvolgens:
De grenzen van het product waarover het gaat.
De identificatie van mogelijke gevaren.
Een inschatting van het risico (de kans dat er schade optreedt, en de ernst daarvan).
Een risico-evaluatie: nagaan of een bepaald risico aanvaardbaar is of niet.
Indien het risico niet aanvaardbaar is, moet men nagaan hoe dit verkleind kan worden (met diverse preventiemaatregelen).
Een risicoanalyse laat de ruimte om rekening te houden met omstandigheden, de risico’s in te schatten en aangepaste preventiemaatregelen te nemen.
Welke preventieve maatregelen kan je nemen?
Wanneer men bij een speeltoestel of een deel van het speelterrein ontoelaatbare risico’s vaststelt, moet men die risico’s beperken tot een aanvaardbaar niveau door het nemen van een aantal preventiemaatregelen.
Deze maatregelen kunnen diverse domeinen bestrijken:
Technische maatregelen: bijvoorbeeld een bijkomende vaste baar bevestigen, de valondergrond uitbreiden, een onderdeel vervangen, enz.
Organisatorische maatregelen: bijvoorbeeld een leeftijdsgroep afbakenen, omheining plaatsen, enz.
Toezichtmaatregelen: bijvoorbeeld het voorzien van toezicht bij bepaalde toestellen.
Informatie verstrekken: bijvoorbeeld over mogelijke risico’s, de doelgroep waarvoor het toestel bedoeld is, enz.
En wat met het inspectie- en onderhoudsschema?
Speelterreinen en speeltoestellen moeten regelmatig worden nagezien op hun netheid, mogelijke beschadigingen, glas en blikjes op de grond, … Dit kan eventueel gebeuren door omwonenden of andere vrijwilligers. Daarnaast moeten de speeltoestellen ook onderhouden worden.
Enerzijds moeten de toestellen nagezien worden op hun werking en stabiliteit (smeren, aanspannen, check algemene slijtage, enz.), anderzijds moet er jaarlijks een grote controle gebeuren (de corrosie wordt bekeken, funderingen, ondergrond, enz.).
Hoe maak je je speelterein veilig?
Volgens het Koninklijk Besluit moet je als uitbater rekening houden met zes aandachtspunten:
Een veilig speelterrein met voldoende ruimte rond de speeltoestellen, het “vallen” voorkomen bij hoge speeltoestellen, een geschikte ondergrond voorzien.
Er is voldoende afstand tussen de speeltoestellen onderling en tussen de speeltoestellen en de omringende bomen en banken. De minimum ruimte die je moet voorzien tussen 2 toestellen is 1,50 m.
Zorg voor een vrije valruimte (ruimte rond het speeltoestel om te kunnen vallen), afhankelijk van de valhoogte van het toestel (hoogte vanwaar het kind nog een steunvlak heeft, loodrecht tot op de grond). Voorzie evenveel plaats rond het toestel als de valhoogte van het toestel, minimaal 1,50 m.
Het soort ondergrond en de afmetingen van de valdempende ondergrond zijn verschillend naargelang de valhoogte van het toestel. Steen, tegels, asfalt, beton of harde aarde kunnen enkel voor een maximum valhoogte van 60 cm. Losse aarde of gras voor een valhoogte van maximum 1 m. Vanaf 1 m gebruik je best houtsnippers, boomschors, grof rivierzand zonder klei, gewassen parelgrind of rubberen tegels en matten.
De grond onder de speeltoestellen is schokdempend (gras, zand, boomschors, rubberen tegels).
Veilige speeltoestellen
De speeltoestellen staan stabiel en kunnen niet omvallen.
Hoge speeltoestellen hebben een reling of balustrade.
Kettingen en touwen zijn stevig, zonder roest, niet uitgerafeld, niet versleten.
Er zijn geen splinters, verroeste onderdelen of uitsteeksels.
De grond onder de speeltoestellen is schokdempend.
De bewegende of draaiende delen zijn voldoende afgeschermd zodat kinderen hun handen of voeten niet kunnen pletten.
Regelmatig onderhoud
Regelmatig nazicht: het inspecteren van het terrein en de toestellen. Hierbij let je vooral op rondzwervend vuil, vandalisme, slijtage, … .
Onderhoud: het inspecteren in detail. De stabiliteit van de speeltoestellen, de werking en de verbindingen zijn belangrijk. Je kan de toestellen ook smeren of de ondergrond aanvullen.
Periodieke controle: het speelterrein volledig en grondig bekijken. Hou rekening met rottend hout, funderingen, verfbeurten, vervangen van afgesleten onderdelen, verplaatsen van toestellen.
Een uithangbord met naam en adres van de uitbater
Je bent verplicht om naam en adres uit te hangen.
Elk speeltoestel moet voorzien zijn van een apart en uniek nummer.
Borden zoals “Gebruik op eigen risico” of iets dergelijks zijn verboden.
Het opstellen van de risicoanalyse, het nemen van preventiemaatregelen en het maken van een inspectie- en onderhoudsschema (zie hoger)
Een risicoanalyse bestaat uit het vaststellen van de gevaren en risico’s voor de gebruikers of begeleiders en het evalueren van de risico’s. Hou rekening met gevaren veroorzaakt door het slecht plaatsen van een speeltoestel, slecht onderhoud van het terrein, onvoldoende informeren van de gebruikers, slechte bodembedekking, rondslingerend materiaal en gevaar voor vallen, botsen, snijden, beklemming ….
Na de risicoanalyse moet je de nodige preventie-maatregelen nemen om de opgespoorde gevaren en risico’s te verwijderen. Dit kan gaan om technische maatregelen, organisatorische maatregelen, toezicht of informatieverstrekking.
Je zorgt als uitbater ook voor inspectie, onderhoud en herstellingen. In een inspectie en onderhoudsschema staat een planning voor het regelmatig nazicht, het onderhoud en de periodieke controles.
Melden van ernstige incidenten en ongevallen.
Je moet elk ongeval met dodelijke afloop of met blijvend letsel dat op jouw speelterrein gebeurt, melden aan het ministerie van Economische zaken.
Wat met zelfgemaakte speeltoestellen?
Onder een speeltoestel verstaat men dus (volgens de definitie van het KB van 28/03/2001) een product bestemd voor vermaak of ontspanning, ontworpen of kennelijk bestemd om te worden gebruikt door personen die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, waarbij uitsluitend van zwaartekracht of van fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt en bestemd voor collectief gebruik op een tijdelijk of blijvend speelterrein.
Een toestel mag men enkel op de markt brengen mits voldaan aan alle veiligheidsverplichtingen. Tevens moet op elk speeltoestel moet een naam (de naam van de vennootschap of het merk van de producent), het adres van de producent, het productiejaar en (indien van toepassing) het typenummer vermeld zijn.
Indien jeugdwerkorganisaties zelf ‘speeltoestellen’ bouwen/produceren zullen deze moeten voldoen aan de veiligheidseisen die ook aan andere producenten van speeltoestellen gesteld worden.
Er is wel een uitzondering voor een aantal tijdelijke speeltoestellen. Jeugdwerkorganisaties die bijvoorbeeld op kamp een schommel sjorren met hun leden kunnen hier onder vallen.
Deze tijdelijke toestellen dienen aan volgende voorwaarden te voldoen:
Ze zijn tijdelijk en dus voor een bepaalde periode opgebouwd (bv. een spelnamiddag, een kampweek, een weekend,...).
Ze zijn door kinderen als element van hun spel gemaakt (bv. kampinrichting met de leden, ...).
Ze mogen niet door buitenstaanders worden gebruikt.
Deze speeltoestellen vallen dus niet onder het KB (op de speeltoestellen) en hoeven dan ondermeer ook geen vermelding hebben van het adres van de producent, het typenummer, enz.
Dus maak je zelf een speeltoestel om een jaar lang op het speelterrein naast je lokaal te laten staan, dan val je wel onder het KB (net als andere producenten), maken je leden een tijdelijk speeltoestel voor zichzelf, dan niet.
Meer hulp/info/vorming nodig?
Om je op weg te helpen met de opmaak van risicoanalyses, preventiemaatregelen en inspectie- en onderhoudsschema’s werd de vzw Speelom opgericht.
Bij hen kan je vorming volgen voor speepleinuitbaters.Speeltoestelfabrikanten en speelpleinuitbaters werken binnen deze vzw immers samen om met de steun van veiligheids- en controleorganismen cursussen op te zetten. Voor meer informatie over deze cursussen kan je terecht bij het secretariaat van Speelom op 03 821 06 06 03 821 06 06 of smarque@vvj.be. Of kijk eens op http://www.speelom.be/.
De brochure ‘Speel op veilig’ legt duidelijk uit hoe je je speelterrein veilig kan maken. Je kunt die bekijken op de site van recreabel (www.recreabel.be) of bestellen bij het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie (VIG).
Contactgegevens:
VIG, G. Schildknechtstraat 9, 1020 Brussel, tel. 02-422 49 49 02-422 49 49, fax 02-422 49 59, mia.vanlaeken@ig.be, http://www.vig.be/.
Recreabel, Meiselaan 97 A, 1020 Brussel, tel. 02-262 06 00 02-262 06 00, fax 02-262 04 02, recreabel@online.be, http://www.recreabel.be/.
Het Handboek 'Veiligheid van Speelterreinen' is een uitgebreide en praktische leidraad voor uitbaters van speelterreinen en kan je bekijken en bestellen op de site van het Ministerie van Economische Zaken. Op de website van het ministerie kan je terecht voor nog meer informatie over de geldende regelgeving.
Wat kan je daar zoal nog plukken?
KB Uitbating van speelterreinen (28 maart 2001)
KB Veiligheid van speeltoestellen (28 maart 2001)
FAQ Speelterreinen
Advies gras als ondergrond (ivm valhoogte)
Veiligheidsgids verplaatsbare voetbaldoelen
Veiligheidsgids skaten
Koninklijk besluit ter bepaling van werkingscriteria en de modaliteiten van de controle op de werking van tussenkomende organismen
Contactgegevens:
Ministerie van Economische Zaken, Koning Albert II-laan 16, 1000 Brussel, tel. 02-206 49 08 02-206 49 08, safety.prod@mineco.fgov.be, http://www.mineco.fgov.be/.