Jeugdverenigingen die aangesloten zijn bij een jeugdwerkkoepel
-
In de omzendbrief van 20 juli 2007 betreft “vrijstelling van onroerende voorheffing voor onroerende goederen bestemd voor onderwijs”, staat volgende paragraaf: “Jeugdwerk dat op landelijk niveau wordt georganiseerd en aangestuurd, voldoet in principe aan de voorwaarden inzake het systematisch karakter van het onderwijs, gelet op de kwaliteitstoetsing van door de vereniging ingediende beleidsplannen door de bevoegde erkende instantie”.
-
In het decreet Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid (goedgekeurd door het Vlaams Parlement op 9 juli 2008) lezen we voor de term “jeugdwerk” volgende definitie “sociaal-cultureel werk op basis van niet-commerciële doelen voor of door de jeugd van drie tot en met dertig jaar, in de sfeer van de vrije tijd, onder educatieve begeleiding en ter bevordering van de algemene en integrale ontwikkeling van de jeugd die daaraan deelneemt op vrijwillige basis.”
-
Onder “jeugdwerk dat op landelijk niveau wordt georganiseerd en aangestuurd” verstaan we het jeugdwerk dat erkend of gesubsidiëerd wordt via het decreet Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid (goedgekeurd door het Vlaams Parlement op 9 juli 2008) en hun respectievelijke afdelingen
Uit de voorgaande 3 punten kunnen we concluderen dat het jeugdwerk dat erkend of gesubsidiëerd wordt via het decreet Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid (goedgekeurd door het Vlaams Parlement op 9 juli 2008) en hun respectievelijke afdelingen, in principe voldoet aan de voorwaarden inzake het systematisch karakter van het onderwijs.
Jeugdhuizen die aangesloten zijn bij Formaat
-
In de omzendbrief van 20 juli 2007 betreft “vrijstelling van onroerende voorheffing voor onroerende goederen bestemd voor onderwijs”, staat volgende paragraaf: “Jeugdhuizen wiens activiteiten bestaan uit de organisatie van fuiven, optredens, en uitbating van jeugdcafés zijn veel sterker dan jeugdbewegingen gericht op het aanbieden van amusement. Aangezien het vormende aspect veel minder aanwezig is, kunnen dergelijke jeugdhuizen geen vrijstelling genieten.”
-
Formaat valt onder de noemer jeugdwerk dat erkend of gesubsidiëerd wordt via het decreet Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid (goedgekeurd door het Vlaams Parlement op 9 juli 2008) en hun respectievelijke afdelingen.
-
Bovendien is het de visie van Formaat dat jeugdhuizen, veel meer dan het aanbieden van louter jeugdcafés, een belangrijke pedagogische opdracht hebben. Jonge mensen leren via hun engagement om te gaan met verantwoordelijkheid en met elkaar; het is een oefenterrein voor democratische besluitvorming. Ze verkennen er andere smaken, culturen en meningen; de perfecte basis voor een open, solidaire en sociale samenleving. Jongeren worden er uitgedaagd voor zichzelf op te komen en zich te uiten, ze verleggen er hun grenzen. Het jeugdhuis is met andere woorden een context waarin jongeren al doende kunnen leren, zowel bewust als onbewust. Van zichzelf en van elkaar.
Uit de voorgaande 3 punten kunnen we concluderen dat Formaat en haar respectievelijke afdelingen (de bij Formaat aangesloten jeugdhuizen), in principe voldoet aan de voorwaarden inzake het systematisch karakter van het onderwijs.
Jeugdverenigingen die NIET zijn aangesloten bij een jeugdwerkkoepel, maar WEL erkend zijn of gesubsidieerd worden door een gemeentelijke of provinciale overheid
-
Jeugdverenigingen die niet zijn aangesloten bij een jeugdwerkorganisatie die erkend of gesubsidiëerd wordt via het decreet Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid (goedgekeurd door het Vlaams Parlement op 9 juli 2008) kunnen niet op basis van de erkenning of subsidiëring van hun koepel bewijzen dat ze voldoen aan de voorwaarden inzake het systematische karakter van het onderwijs. Zij dienen dit op een andere manier te bewijzen.
-
In het decreet van 14 februari 2003 houdende de ondersteuning en stimulering van het gemeentelijk, het intergemeentelijk en het provinciaal jeugd- en jeugdwerkbeleid lezen we voor de term “jeugdwerk” volgende definitie “groepsgericht sociaal-cultureel werk op basis van niet-commerciële doelen voor of door de jeugd, die daaraan deelneemt op vrijwillige basis, in de sfeer van de vrije tijd, onder educatieve begeleiding en georganiseerd door particuliere jeugdverenigingen, of door gemeentelijke of provinciale openbare besturen”
-
Op basis van dit decreet worden gemeente- en provinciebesturen gesubsidiëerd om respectievelijk een gemeentelijk en provinciaal jeugdbeleid én jeugdwerkbeleid te voeren.
-
Voor de term jeugdwerkbeleid lezen we in dit decreet ook hetvolgende “Jeugdwerkbeleid beschrijft de wijze waarop een divers en toegankelijk, plaatselijk /intergemeentelijk/ provinciaal jeugdwerkaanbod financieel, materieel en infrastructureel ondersteund zal worden, inclusief de kadervorming.”
-
En voor de term “kadervorming” wordt in dit decreet volgende definitie gehanteerd “de samenhangende opleiding en begeleiding van de verantwoordelijke en toekomstig verantwoordelijke personen die ermee belast zijn jeugdwerkinitiatieven te animeren en te begeleiden”
Uit voorgaande 5 punten kunnen we concluderen dat gemeentelijke en provinciale overheden perfect geplaatst zijn om te oordelen of de jeugdverenigingen op hun grondgebied een pedagogische activiteit ontplooien. Jeugdwerk dat door hen erkend wordt of volgens het geldende subsidiereglement jeugd gesubsidiëerd wordt, voldoet daarom in principe aan de voorwaarden inzake het systematisch karakter van het onderwijs.
Jeugdverenigingen die NIET zijn aangesloten bij een jeugdwerkkoepel, en NIET erkend zijn of gesubsidieerd worden door een gemeentelijke of provinciale overheid
Voor deze jeugdverenigingen bestaat er op geen enkele manier een kwaliteitstoets door een jeugdwerkkoepel of een gemeentelijke, provinciale of Vlaamse overheid. Zodoende kunnen jeugdwerkkoepels of gemeentelijke, provinciale of Vlaamse overheden geen verklaringen afleggen om het "systematisch karakter van het onderwijs" te bewijzen. Als deze jeugdverenigingen denken in aanmerking te komen voor de vrijstelling moeten ze zelf de nodige bewijsstukken aanleveren.