De opwarming van de ruimtes kan op verschillende manieren gebeuren. Met het oog op brandveiligheid geniet centrale verwarming de voorkeur.
De bekende term 'centrale verwarming' slaat erop dat de opwarming op één plaats gebeurt. Het verwarmde water of de verwarmde lucht wordt daarna door het volledige lokaal gestuwd. Bij dit type van verwarming heb je maar één plaats waar de warmte ontwikkeld wordt, waardoor het brandgevaar zich dus ook concentreert op die plaats.
Daarnaast heb je mobiele vuurtjes of individuele vaste verwarmingstoestellen. Deze manier van verwarmen gebeurt afzonderlijk, in de verschillende ruimtes binnen het gebouw. Hier gebeurt de warmteontwikkeling op verschillende plaatsen, waardoor het brandrisico gespreid wordt doorheen het lokaal.
Deze toestellen worden uitgevoerd in verschillende versies: petroleum, elektriciteit, gas… We raden het gebruik van dergelijke toestellen in principe af, omdat de meeste onveilig zijn. Doordat het dikwijls verplaatsbare toestellen betreft, zijn deze toestellen gevoeliger voor slijtage en slecht gebruik. En bij de toestellen die je moet vullen met brandstof, is het gevaar op lekken of slecht afsluiten redelijk groot, waardoor ook de kans op brand sterk toeneemt.
Vaak belanden natte kledij of andere zaken op de radiator. Dat houdt niet alleen heel veel warmte tegen, het kan ook de start van een brand betekenen. Om dit te voorkomen, raden we aan om een metalen kader rond de radiator te plaatsen (met voldoende ruimte tussen de radiator en het kader). Zo wordt het rechtstreekse contact tussen de (hete) radiator en bijvoorbeeld een handdoek of kledingstuk vermeden.