Vorming I Publicaties I FAQ I Praktijkvoorbeelden I Links I Onderzoek
Home I Inloggen I Contact
Jeugdlokalen.be helpt jeugdverenigingen, eigenaars van jeugdlokalen, gemeentebesturen… bij het realiseren van een veilig onderdak voor elke jeugdvereniging, aangepast aan de behoeften van kinderen en jongeren.
Steunpunt Jeugd is het kennis- en expertisecentrum over jeugd, jeugdwerk en jeugdbeleid. Steunpunt Jeugd zet zich in voor kinderen, jongeren en hun organisaties.
Ga naar de website van Steunpunt Jeugd
 
Beheer en onderhoud
Bouwen en verbouwen
-
(ver)bouwproces
-
Bouwplan
-
Bouwgegevens
-
Bouwmaterialen en -technieken
•
Ruwbouw
•
Technieken
-
Sanitair
-
Elektriciteit
-
Verwarming en ventilatie
•
Afwerking
-
Inrichting
-
Duurzaamheid
-
Toegankelijkheid
Financiering en kosten
(Ver)huren en overeenkomsten
Veiligheid en preventie
Overheid en beleid
 
 
Lokalenmap
Contact
Home > Bouwen en verbouwen > Bouwmaterialen en -technieken > Technieken > Verwarming en ventilatie

Verwarming en ventilatie

Verwarming, isolatie en ventilatie gaan samen. Een degelijk verwarmingssysteem heeft geen zin zonder een grondige isolatie en doordachte ventilatie. Een totaalconcept – een globale visie is nodig. Het hogere rendement van een meer zuinige (en duurdere) ketel, kan bijvoorbeeld teniet worden gedaan door de grotere stookkost in geval van matige of slechte isolatie van het lokaal.

Vermits er heel veel verschillende systemen bestaan, die specifiek gekozen moeten worden in functie van een aantal parameters (gebruikspatroon, gebruiksdoel, volumeverdeling, prijs,…), is dit niet overzichtelijk in een tabel te vergelijken. Daarom hebben wij hier voornamelijk aanbevelingen vermeld.

 

VERWARMING
ü Vermits jeugdlokalen meestal slechts 1 of 2 keer in de week gebruikt worden en dan dikwijls nog gedeeltelijk of op verschillende tijdstippen raden we aan een snel, direct en plaatselijk verwarmingsysteem te gebruiken; dus geen vloerverwarming of tegelkachels (grote opwarmtijd, latere en langere warmteafgifte) maar wel (gas)convectoren opgesteld per lokaal (directe opwarming en afgifte).

ü Men kan het beste kiezen voor een gesloten systeem: dit is een verwarmingssysteem dat in geval van verbranding zijn zuurstof niet uit de ruimte betrekt, maar van buiten aanzuigt. Dit voorkomt zuurstoftekort in de ruimte of over-ventilatie om dat zuurstoftekort op te vangen (over-ventilatie betekent dat er meer verse lucht moet aangevoerd worden wat een groter warmteverlies en dus hogere stookkost met zich meebrengt). Het is eveneens van belang een goede (luchtdichte) afvoer voor de rookgassen te organiseren tot buiten het gebouw/lokaal om CO-vergiftiging te voorkomen.

ü Een centraal verwarmingssysteem is voor lokalen af te raden omdat de centrale ketel telkens moet opstaan, zelfs indien er maar één lokaal gebruikt zou worden.

ü Om dezelfde redenen raden we aan te kiezen voor doorstroomtoestellen voor de voorziening van sanitair warm water. Het aftappen van warm water gebeurt meestal maar 1 of 2 keer in de week. Een warm watervat op temperatuur houden gedurende de week is verloren energie.

ü Een systeem met zonnecollectoren voor de voorziening van sanitair warm water heeft gemiddeld over het hele jaar een dekking van zo’n 50 % en heeft dus steeds een naverwarmings-systeem nodig (een zonneboiler zorgt voor de opwarming, een bijkomende ketel zorgt eventueel voor de naverwarming). Vermits de zonneboiler zijn hoogste rendement haalt in de zomerperiode, kan in een lokaal dat verhuurd wordt als kampplaats deze investering zeker overwogen worden (zie ook deel sanitair).

ü Om de opwarmingstijd van een gebouw zo klein mogelijk te houden, probeer je langs de binnenzijde te isoleren en/of gebruik je zoveel mogelijk warme materialen (hout) als afwerking.

ü Om warmteverliezen te voorkomen is isolatie van de leidingen aan te raden. Bevriezing is te voorkomen door de installatie op een minimumregime te laten draaien door een vriesbeveiliging op de thermosstatische kranen, of door een verwarmingsspiraal rond de buizen te voorzien. Het aflaten van de leidingen is nog steeds de efficiëntste voorzorgsmaatregel.

ü Vanuit veiligheidsstandpunt raden we aan tweedehands verwarmingstoestellen, die in jeugdlokalen veelal voorkomen, te laten nakijken door een erkend installateur, of hem zelfs nieuwe toestellen te laten plaatsen.

ü Voor de voorziening van sanitair warm water bevelen we naar veiligheid toe doorstroomtoestellen met elektronische ontsteking aan.

 

ENERGIEBRONNEN
Vermits er op de markt veel verschillende systemen bestaan en de keuze van het systeem sterk afhankelijk is van het vooropgestelde verwarmingsconcept, hebben we ons in onderstaande tabel beperkt tot het vergelijken van de verschillende energie-grondstoffen voor verwarming.

  • grondstoffen
  • prijs
  • hanteerbaar-heid
  • onderhoud & slijtage
  • milieuvriende-lijkheid
  • gebruiks-comfort


gas
-
telkens aan- en afvoer
n.v.t.
+
-

hout (steenkool)
+
opslagruimte nodig
n.v.t.
±
+
(gezellig)

elektriciteit
- - -
telkens stopcontact
n.v.t.
- -
+++

stookolie
- -
telkens aan- en afvoer
n.v.t.
- -
- - -
(stinkt)

zon
+++
naverwarming nodig
n.v.t.
+++
+++
 

Ö De kolom ‘onderhoud & slijtage’ is hier natuurlijk niet van toepassing daar we in deze tabel verbruiksgoederen (grondstoffen) vergelijken.

 

Woordje uitleg
ü Elektriciteit scoort relatief laag op gebied van prijs en milieuvriendelijkheid: de omzetting van warmte-energie naar elektrische energie (bv. in een gasgestookte elektriciteitscentrale) betekent al een verlies van 60% aan energie.

ü Eventuele opslag van brandstof (mazouttank, gasflessen,…) is in Vlaanderen gereglementeerd door de VLAREM II BIS wetgeving. We verwijzen hiervoor naar de literatuur en wetgeving terzake. Aansluiting op het openbare gasnet geniet nog steeds een voorkeur daar hierbij geen opslag ter plaatse – en bijhorende veiligheidsmaatregelen – moet gebeuren.

 

VENTILATIE
ü Om een ongezonde situatie te voorkomen mogen we niet alles tochtvrij afsluiten, zeker niet in jeugdlokalen waar veel mensen op een kleine ruimte actief bezig zijn. Het is nodig om voldoende ventilatie en zuurstofaanvoer te hebben. Het aanvoeren van verse buitenlucht brengt een warmteverlies en dus hogere stookkost met zich mee. Ventilatie en verwarming moeten dus op elkaar afgestemd en in balans zijn.

ü In de meeste gevallen kan een natuurlijke ventilatie volstaan. Dit kan door het plaatsen van verluchtingsbuizen door dak of muur, (verstelbare) verluchtingsroosters in de ramen, roosters in of kieren onder de deuren,… Het is belangrijk dat er twee openingen voorzien worden (één voor aanvoer en één voor afvoer), indien mogelijk diagonaal ten opzichte van elkaar geplaatst, voor het organiseren van een luchtcirculatie en -verversing.

ü In ruimtes waar door een hogere bezetting, sterkere rook-, geur- of dampontwikkeling (wc, badkamers, keuken, ruimtes waar gastoestellen staan opgesteld, rooklokalen,…) een natuurlijke ventilatie niet volstaat, kan op mechanische wijze verlucht worden door het plaatsen van ventilatoren of afzuigunits. Hierbij geldt een luchtverversingsdebiet van 25 m³/h voor wc’s, van 50 m³/h voor badkamers en van 75 m³/h voor keukens. In deze gevallen moet er eveneens rekening gehouden worden met luchtaanvoer en -afvoer. Het kan soms nuttig zijn de ventilator aan te sluiten op de lichtschakelaar van de desbetreffende ruimte. De ventilator schakelt dan aan van zodra het licht in die ruimte wordt aangedaan.

ü Als blijkt dat door de luchtverversing een groot warmteverlies ontstaat, kan dit opgevangen worden door verfijnde systemen waarbij een warmtewisselaar geplaatst wordt tussen de inkomende en uitgaande lucht om zo warmte te recupereren. Deze systemen vergen wel een studie, zijn zeer specifiek en relatief duur.

Meer info
     Share/Bookmark Deel deze informatie  print I pdf
Foutje ontdekt? Laat het ons weten
Ontwerp door Emma Thyssen I Ontwikkeling door Sputnik Web