Patrimoniumtaks

Elke vzw kan roerende (bijvoorbeeld tafels en stoelen) en onroerende (gebouwen en gronden) goederen bezitten. Als de waarde hiervan hoger is dan € 25 000 moet de vzw aangifte doen en hierop ‘taks tot vergoeding der successierechten’ betalen, de zogenaamde patrimoniumtaks. Die taks bedraagt jaarlijks 0,17 % op de waarde van de bezittingen van de vzw. Voor feitelijke verenigingen bestaat dat niet.

Niet elke vzw is aan die taks onderworpen. Elke vzw ontvangt in principe jaarlijks in de loop van de maand februari een brief van het registratiekantoor met onderaan een strookje. Heeft de vzw deze brief niet gekregen, dan schrijf je best zelf naar de administratie met de mededeling dat het vermogen van de vzw minder is dan 25 000 euro en dat ze dus niet onderworpen is aan de taks.

Als het vermogen van de vzw kleiner is dan 25 000 euro, dan is ze niet onderworpen aan de taks. Is het vermogen van de vzw groter dan 25 000 euro, maar de taks lager dan 125 euro, dan moet je een formulier afhalen op het registratiekantoor van de plaats waar de maatschappelijke zetel van de vzw gevestigd is. Dan kun je een aangifte indienen voor de komende drie jaar. Als het vermogen van de vzw in de loop van die drie jaar wijzigt waardoor de taks met minstens 25 euro toeneemt (dat wil zeggen: de taks bedraagt minstens 150 euro), dan moet je de administratie hiervan op de hoogte brengen.

Als de vzw over een vermogen beschikt dat groter is dan 25 000 euro en als de taks hoger is dan 125 euro, dan is de vzw verplicht jaarlijks een aangifte in te dienen.

Aangifte doen betekent dat de vzw voor 31 maart, uit eigen beweging, aan het plaatselijke bevoegde registratiekantoor meldt wat de verkoopwaarde is van alle onroerende en roerende goederen die in haar bezit zijn op 1 januari van datzelfde jaar. Dat gaat vooral over de eigendom van een huis en de inboedel ervan. Jeugdwerkinitiatieven met een vzw-structuur die geen gebouw bezitten zullen meestal van die taks gespaard blijven, omdat de waarde van het patrimonium meer dan € 25 000 moet bedragen. In dat geval laat je aan het bevoegde registratiekantoor weten dat je vermogen minder is dan 25 000 euro. Dat kun je aanduiden op een apart strookje dat op het aangifteformulier voorzien is. Jeugdwerkinitiatieven die wel eigenaar zijn van hun lokaal zullen altijd een aangifte moeten doen.

Meer info over de patrimoniumtaks vind je hier terug.